Zorg dat u de gebruikershandleiding en de veiligheidsinstructie behorende bij het merk and type ventiel zorgvuldig heeft gelezen, voordat u begint met de installatie. Ga direct naar de installatietips voor:


Installatie magneetventielen


Voordat u begint met de installatie, is het belangrijk om zeker te zijn dat het gebruik van het magneetventiel toegestaan is voor de toepassing. Controleer of het label op de spoel de juiste specificaties heeft voor uw systeem. In onderstaande afbeelding is een voorbeeld van een label gegeven met een toelichting van de verschillende parameters.

Leidingsysteem

  1. Zorg dat het leidingsysteem niet onder druk staat en afgekoeld is voordat u begint.
  2. Controleer de leiding op vuil. Het is verstandig om de leiding door te spoelen voordat u het ventiel aansluit. Kleine vuildeeltjes in de leiding kunnen terechtkomen in het ventiel, waardoor het kan blokkeren. Dit is veruit de meest voorkomende reden dat een magneetventiel plotseling niet goed meer functioneert. Dit kan gemakkelijk verholpen worden door het ventiel te openen en te reinigen, maar het is natuurlijk beter om dit te voorkomen. Als u niet zeker bent of het medium absoluut schoon is, kunt u een leidingfilter aan de toevoerzijde van het magneetventiel installeren.

Positionering van het magneetventiel

  1. Installeer bij voorkeur het ventiel in een droge, geventileerde ruimte. Omdat het ventiel warm wordt tijdens gebruik, dient voldoende ruimte rond het ventiel aangehouden te worden.
  2. Houd rekening met de stroomrichting van het medium bij het installeren van de klep. Vaak is de juiste stroomrichting aangegeven met een pijl op de klepbehuizing. De leidingen aan beide zijdes van de klep moeten goed vastgemaakt worden. Gebruik een sleutel voor zowel de klep als de leiding bij het vastdraaien van de klep aan de pijp om onnodige spanningen in het systeem te voorkomen.
  3. Het is aan te bevelen om de klep te installeren met de spoel naar boven gericht met een maximale afwijking van 90 graden (zie afbeelding). Dit verkleint het risico op het verzamelen van vuil in het ventiel.

positionering magneetventiel

Installatie van de spoel

Bevestig de spoel aan het magneetventiel als dit nog niet gebeurd is. Sluit nooit spanning aan op de spoel wanneer deze niet bevestigd is op het magneetventiel. De spoel kan doorbranden. Zorg voor correcte bevestiging, gebruik hiervoor de datasheet van het betreffende magneetventiel. Draai de moer voldoende hard aan dat de spoel niet meer kan draaien of trillen, maar voorkom een te groot moment om schade aan de spoel te voorkomen. Een richtlijn voor het aandraaimoment is 5Nm.

installatie spoel magneetventiel

Installatie van de connector

Volg deze stap als de spoel is uitgevoerd met een DIN-A of DIN-B connector.

  1. Gebruik een ronde kabel en sluit de voeding aan op polen (1) en (2). De polariteit is niet van belang.
  2. Sluit altijd de aarde aan. Gebruik de leiding zelf nooit als aarde.
  3. Zorg voor een goede bevestiging van de connector aan de spoel, zodat er geen vocht tussen de spoel en de connector kan komen. Gebruik een aandraaimoment van 0.5Nm voor de bevestigingsschroef.
  4. Positioneer de kabel op een manier dat eventuele (condens-)druppels niet langs de kabel in de connector kunnen glijden.

installatie connector magneetventiel

Ingebruikname

Schakel de voeding pas in wanner het ventiel correct geïnstalleerd is en veilig gestart kan worden. Let op eventueel aanwezige druk in het systeem.

Tijdens het gebruik wordt de spoel warm. Dit is normaal.

Als het magneetventiel niet goed functioneert na installatie, is dit in de meeste gevallen gemakkelijk te verhelpen. Dit zijn de meest voorkomende redenen:

  1. Er bevindt zich vuil in het ventiel, waardoor de kleine kanaaltjes en openingen in het ventiel geblokkeerd zijn geraakt. Hoewel de leiding absoluut schoon leek, gebeurt het toch regelmatig dat kleine vuildeeltjes in het ventiel terechtkomen. Maak het ventiel voorzichtig open en reinig de onderdelen. Volg altijd de handleiding van het magneetventiel. Zorg ervoor dat het ventiel correct in elkaar gezet wordt.
  2. Het ventiel is in de verkeerde richting aangesloten. Kijk of de stroomrichting aangegeven is op de ventielbehuizing met een pijl of tekst en draai zo nodig het ventiel om.
  3. Het ventiel is indirect gestuurd en de voordruk is te laag. Als de verschildruk over een indirect gestuurd ventiel te laag is (minder dan 0.5 bar), opent en sluit het ventiel niet goed. U heeft een (semi-)direct gestuurd ventiel nodig.
  4. U heeft last van waterslag. Waterslag is een typisch gevolg van een hoge stroomsnelheid en druk in pijpen met kleine diameters. Er zijn verschillende oplossingen voor dit probleem:
    • Verlaag de druk met een reduceerafsluiter voor het magneetventiel. Vergroot de pijpdiameter indien dit mogelijk is.
    • Demp de waterslag door een flexibele slang of buffer voor het magneetventiel te installeren.
    • Gebruik een magneetventiel met een kleinere doorlaat(orifice). Dit zorgt voor een langere sluitingstijd en voorkomt een harde klap in de leiding.

Installatie elektrische Kogelkranen


Deze installatietips zijn speciaal bedoeld voor elektrische kogelkranen uit de BW-serie van JP Fluid Control. Voordat u begint met de installatie, is het belangrijk om zeker te zijn dat het gebruik van de elektrische kogelkraan toegestaan is voor de toepassing en dat u zorgvuldig de veiligheidsinstructies heeft gelezen. Controleer of het label op de actuator de juiste specificaties heeft voor uw systeem. In onderstaande afbeelding is een voorbeeld van een label gegeven met een toelichting van de verschillende parameters. label elektrische kogelkraan

Leidingsysteem

  1. De actuatoren van de AW-serie zijn spatwaterdicht, maar niet bestand tegen zware weersomstandigheden. Het is daarom aan te raden om de elektrische kogelkranen te installeren op een droge, beschutte plek.
  2. Zorg dat het leidingsysteem niet onder druk staat en afgekoeld is voordat u begint.
  3. Controleer de leiding op vuil en spoel de leiding eventueel door. Kogelkranen zijn veel minder gevoelig voor vuil dan magneetventielen, maar toch is het toch aan te raden om vuil te voorkomen als dit mogelijk is. Vuil kan de slijtage van het ventiel namelijk verhogen. Eventueel kunt u een leidingfilter aan de toevoerzijde van het ventiel installeren.
  4. Gebruik afdichtingsmateriaal zoals teflontape of loxeal voor de schroefdraad. Voorkom dat het afdichtingsmateriaal in het ventiel terecht kan komen.
  5. Gebruik de juiste fittingen voor het bevestigen van de kraan aan de leiding. Oefen hierbij alleen kracht uit op de aangewezen vlakken, nooit op de actuator. Voorkom spanningen in de leiding en bevestig de leiding stevig aan de muur of het frame. Voorkom trillingen in de leidingen.

afdichtingsmateriaal elektrische kogelkraan

Positionering van de elektrische kogelkraan

  1. De leidingen aan beide zijdes van de klep moeten goed vastgemaakt worden. Gebruik een sleutel voor zowel de klep als de leiding bij het vastdraaien van de klep aan de pijp om onnodige spanningen in het systeem te voorkomen.
  2. Het is aanbevolen om de klep te installeren met de actuator naar boven gericht met een maximale afwijking van 90 graden (zie afbeelding). Dit verkleint het risico op het verzamelen van vocht in de actuator. installatie kogelkraan 90 graden
  3. Stel de kogel van in op de juiste hoek, bijvoorbeeld met een bahco sleutel. De 2-weg kogelkranen zijn in uitgangspositie altijd gesloten. De 3-weg kogelkranen kunnen op twee manieren ingesteld worden door de kogel 180° te draaien. Het onderstaande schema laat zien hoe de 2-weg en 3-weg kranen gebruikt kunnen worden. instellen van de kogelkraan
  4. Zorg dat de kogel goed afgesteld staat, zodat de actuator zonder wrikken op de kraan past. Draai de moer van de actuator handvast aan (ongeveer 5Nm). kogelkraan montage

Elektrische aansluiting

  1. Installeer de actuator met het juiste elektrische schema. Verkeerd aansluiten van de draden of het verkeerde voltage kan leiden tot permanente schade aan de actuator!kogelkraan elektrisch schema
  2. De draairichting van de actuator kan niet worden aangepast door de polariteit van de stuurdraden om te draaien.
  3. De actuatoren bevatten interne eindschakelaars, waardoor alleen energie verbruikt wordt tijdens het openen of sluiten.
  4. Het ventiel wordt elektrisch geopend en gesloten. Er bevindt zich geen veer in de actuator.
  5. Zorg ervoor dat eventuele druppels niet langs de kabel richting de actuator kunnen stromen. kogelkraan druppel langs kabel