Installatie magneetventielen

Voordat u begint met de installatie, is het belangrijk om zeker te zijn dat het gebruik van het magneetventiel toegestaan is voor de toepassing. Controleer of het label op de spoel de juiste specificaties heeft voor uw systeem. In onderstaande afbeelding is een voorbeeld van een label gegeven met een toelichting van de verschillende parameters.

Leidingsysteem

  • Zorg dat het leidingsysteem niet onder druk staat en afgekoeld is voordat u begint.
  • Controleer de leiding op vuil. Het is verstandig om de leiding door te spoelen voordat u het ventiel aansluit. Kleine vuildeeltjes in de leiding kunnen terechtkomen in het ventiel, waardoor het kan blokkeren. Dit is veruit de meest voorkomende reden dat een magneetventiel plotseling niet goed meer functioneert. Dit kan gemakkelijk verholpen worden door het ventiel te openen en te reinigen, maar het is natuurlijk beter om dit te voorkomen. Als u niet zeker bent of het medium absoluut schoon is, kunt u een leidingfilter aan de toevoerzijde van het magneetventiel installeren.

Positionering van het magneetventiel

  • Installeer bij voorkeur het ventiel in een droge, geventileerde ruimte. Omdat het ventiel warm wordt tijdens gebruik, dient voldoende ruimte rond het ventiel aangehouden te worden.
  • Houd rekening met de stroomrichting van het medium bij het installeren van de klep. Vaak is de juiste stroomrichting aangegeven met een pijl op de klepbehuizing. De leidingen aan beide zijdes van de klep moeten goed vastgemaakt worden. Gebruik een sleutel voor zowel de klep als de leiding bij het vastdraaien van de klep aan de pijp om onnodige spanningen in het systeem te voorkomen.
  • Het is aan te bevelen om de klep te installeren met de spoel naar boven gericht met een maximale afwijking van 90 graden (zie afbeelding). Dit verkleint het risico op het verzamelen van vuil in het ventiel.

positionering magneetventiel

Installatie van de spoel

Bevestig de spoel aan het magneetventiel als dit nog niet gebeurd is. Sluit nooit spanning aan op de spoel wanneer deze niet bevestigd is op het magneetventiel. De spoel kan doorbranden. Zorg voor correcte bevestiging, gebruik hiervoor de datasheet van het betreffende magneetventiel. Draai de moer voldoende hard aan dat de spoel niet meer kan draaien of trillen, maar voorkom een te groot moment om schade aan de spoel te voorkomen. Een richtlijn voor het aandraaimoment is 5Nm.

installatie spoel magneetventiel

Installatie van de connector

Volg deze stap als de spoel is uitgevoerd met een DIN-A of DIN-B connector.

  • Gebruik een ronde kabel en sluit de voeding aan op polen (1) en (2). De polariteit is niet van belang.
  • Sluit altijd de aarde aan. Gebruik de leiding zelf nooit als aarde.
  • Zorg voor een goede bevestiging van de connector aan de spoel, zodat er geen vocht tussen de spoel en de connector kan komen. Gebruik een aandraaimoment van 0.5Nm voor de bevestigingsschroef.
  • Positioneer de kabel op een manier dat eventuele (condens-)druppels niet langs de kabel in de connector kunnen glijden.

installatie connector magneetventiel

Ingebruikname

  • Schakel de voeding pas in wanner het ventiel correct geïnstalleerd is en veilig gestart kan worden. Let op eventueel aanwezige druk in het systeem.
  • Tijdens het gebruik wordt de spoel warm. Dit is normaal.
  • Als het magneetventiel niet goed functioneert na installatie, is dit in de meeste gevallen gemakkelijk te verhelpen. Dit zijn de meest voorkomende redenen:
    • Er bevindt zich vuil in het ventiel, waardoor de kleine kanaaltjes en openingen in het ventiel geblokkeerd zijn geraakt. Hoewel de leiding absoluut schoon leek, gebeurt het toch regelmatig dat kleine vuildeeltjes in het ventiel terechtkomen. Maak het ventiel voorzichtig open en reinig de onderdelen. Volg altijd de handleiding van het magneetventiel. Zorg ervoor dat het ventiel correct in elkaar gezet wordt.
    • Het ventiel is in de verkeerde richting aangesloten. Kijk of de stroomrichting aangegeven is op de ventielbehuizing met een pijl of tekst en draai zo nodig het ventiel om.
    • Het ventiel is indirect gestuurd en de voordruk is te laag. Als de verschildruk over een indirect gestuurd ventiel te laag is (minder dan 0.5 bar), opent en sluit het ventiel niet goed. U heeft een (semi-)direct gestuurd ventiel nodig.
    • U heeft last van waterslag. Waterslag is een typisch gevolg van een hoge stroomsnelheid en druk in pijpen met kleine diameters. Er zijn verschillende oplossingen voor dit probleem:
      • Verlaag de druk met een reduceerafsluiter voor het magneetventiel. Vergroot de pijpdiameter indien dit mogelijk is.
      • Demp de waterslag door een flexibele slang of buffer voor het magneetventiel te installeren.
      • Gebruik een magneetventiel met een langere sluitingstijd. Dit voorkomt een harde klap in de leiding.

Verdere informatie

Klik één van de onderstaande links voor meer informatie: