Ventiel Symbolen

Magneetventielen sturen de stroming van het medium tussen de verschillende aansluitpoorten. Dit kunnen twee of meer poorten zijn. De verschillende schakelstanden van het ventiel wordt de circuit functie van het ventiel genoemd. Voor systematische weergave worden symbolen gebruikt. In dit artikel wordt uitgelegd hoe een magneetventiel symbool getekend wordt.

Benaming circuit functies

Wegventielen worden benoemd met twee getallen. Het eerste getal geeft het aantal aansluitpoorten weer. Het tweede getal beschrijft het aantal schakelstanden. Een 2/2-weg ventiel beschikt dus over twee leidingaansluitingen (ingang en uitgang) en twee schakelstanden (open en gesloten). Een 3/2-weg ventiel heeft 3 poorten en twee schakelstanden. In één stand zijn twee poorten met elkaar verbonden, er is dus ook altijd één van de drie poorten afgesloten. Meer poorten en schakelstanden zijn mogelijk, zoals bijvoorbeeld een 4/2-weg ventiel of een 5/4-weg ventiel, maar in dit artikel beperken we ons tot 2/2-weg en 3/2-weg ventielen.

Symbolen

De circuit functies van het ventiel kunnen op een efficiënte manier worden weergegeven met een ventiel symbool. Elke schakelstand van het ventiel wordt getekend in een vierkant. Een ventiel met 2 schakelstanden, zoals bijvoorbeeld een 2/2-weg ventiel, wordt getekend met twee aangrenzende vierkanten.

De weg die het medium volgt in een bepaalde schakelstand wordt aangegeven met pijlen. De richting van de pijl geeft de stroomrichting aan. Als een poort is afgesloten, wordt dit afgebeeld met een “T”. Doorgaans worden de drukzijde en ontluchting aan de onderzijde getekend en de uitgangen aan de bovenzijde. Het onderstaande symbool geeft een normaal gesloten 2/2-weg ventiel weer.

2/2-weg ventiel met aansturing symbolen

De rustpositie wordt aan de rechterkant getekend. Dit is de positie wanneer het ventiel niet bediend wordt (bij een magneetventiel loopt er geen stroom door de spoel). De andere schakelkant (wanneer een stroom door de spoel van het magneetventiel loopt) is aan de linkerzijde getekend. Om aan te geven welk vierkant bij welke schakelstand hoort, worden links en rechts van de vierkanten kleine symbolen getekend. Deze symbolen stellen de manier van actueren voor. Een normaal gesloten direct gestuurd 2/2-magneetventiel wordt in de rustpositie door een veer dichtgedrukt. In de geactueerde toestand wordt het ventiel opengetrokken door de magnetische kracht van de spoel. In de onderstaande tabel zijn alternatieve sturingen weergegeven, maar deze zijn voor magneetkleppen minder relevant.

 

Manueelsymbool_handbedieningHandbediening
symbool_paddestoelknopPaddestoelknop
symbool_hendelHendel
symbool_voetbedieningVoetbediening
symbool_vergrendelingVergrendeling
Mechanischsymbool_veerVeer
symbool_stiftStift
symbool_rolbedieningRolbediening
symbool_knikrolbedieningKnikrolbediening
Pneumatischsymbool_luchtbedieningLucht bediening
Elektrischsymbool_spoelSpoel

Voorbeeld: normaal open 2/2 weg ventiel

Het overgrote deel van de magneetkleppen zijn normaal gesloten 2/2-weg ventielen. Deze is in de vorige sectie al getekend, in dit voorbeeld wordt een “normaal open” 2/2-weg ventiel afgebeeld. De uitgangssituatie is weer in het rechter vierkant afgebeeld en de geactueerde toestand in het linkervierkant. Vaak worden de symbolen voor de aansturing (de veer en de spoel) weggelaten zoals in de rechtervariant. Let op dat sommige fabrikanten de vierkanten voor de ontspannen en geactueerde stand omwisselen. Het kan dan tot verwarring leiden als de sturingssymbolen aan weerszijden weggelaten worden.

2/2-weg elektroventiel normaal open

Voorbeeld: 3/2 weg ventiel

3/2-weg magneetventielen hebben twee posities en drie aansluitpoorten. Deze kleppen kunnen voor een veelvoud aan toepassingen worden gebruikt. Er zijn dan ook uitvoeringen beschikbaar met verschillende circuit functies, zoals normaal gesloten, normaal open, schakelend of universeel. In onderstaande tabel zijn de symbolen van varianten van 3/2-weg magneetkleppen getekend.

3/2 weg magneetventiel circuit functies